Wims Padwerk-artikel met citaten

Het volgende artikel is met vriendelijke toestemming van Wim overgenomen van zijn site over psychologie, religie en spiritualiteit:http://home.planet.nl/~wmt/padwerk.htm

Het pad

Zowel in de psychologie als in religies wordt de vraag gesteld, hoe een mens zich kan zuiveren van onbewuste patronen, gelukkig kan worden en zich kan ontplooien.

Het padwerk verbindt de psychologische en spirituele wegen om een beter en vollediger mens te worden.

incapad

Inca-trail in de buurt van Machu Picchu, Peru.

Het pad werd in de jaren 1957 t/m 1979 door een entiteit die “de Gids” wordt genoemd doorgegeven via het medium Eva Pierrakos middels 258 lezingen.

Ter kennismaking volgen een aantal citaten uit de padwerklezingen. Ik heb ze ingedeeld in de volgende categorieën :

  • Wat is het pad ?

  • Het ontstaan van het padwerk

  • Werken op het pad : hoe je meer over jezelf te weten kunt komen

    • Dagelijkse terugblik

    • Maak overzichten van wat je in jezelf aantreft

    • Je gedachten volgen

    • Je eigen mening

    • Communicatie

  • Begrippen in het Padwerk

    • Hoger zelf, lager zelf en masker

    • Beelden

    • Eigenzinnigheid, trots en angst

    • De vicieuze cirkel

      • 1   Exclusieve liefde

      • 2   Woede, wrok, haat

      • 3   Schaamte en schuldgevoel

      • 4   Angst voor straf

      • 5   Zelfbestraffing

      • 6   Perfectionisme en dwangmatig geweten

      • 7   Isolatie

      • 8   Minderwaardigheidsgevoelens en faalangst

      • 9   Overdreven eisen naar bewondering

      • 10 Zo wordt de cirkel rond

      • Werken aan/met de vicieuze cirkel

    • Het geïdealiseerde zelfbeeld

    • De dwingende onderstroom

    • Het fysieke, mentale, emotionele en spirituele niveau

    • De wet van broederschap

    • Vrijheid en verantwoordelijkheid

    • Religie

    • Waarachtigheid tegenover jezelf

  • Padwerk samen met anderen


 

Wat is het pad?

Je waagt je op een reis die je een nieuw gebied van je innerlijke wereld zal binnen leiden.

(Lezing 204)

Het enige wat je hoeft te doen, is jezelf werkelijk leren kennen. En die mogelijkheid heeft iedereen, die dat echt wil.

(Lezing 12)

Jullie hoeven mij zeker niet op mijn woord te geloven. Iedereen op het pad zal de waarheid ontdekken als hij dat zelf werkelijk wil. Onderzoek eerlijk de gebeurtenissen, je irritaties en ergernissen van iedere dag.

(Lezing 60)


 

Het ontstaan van het padwerk

Om te beginnen wil ik zeggen dat dit pad niet nieuw is. Het heeft in verschillende gedaanten bestaan, zo lang als de mensheid bestaat. Vormen en wegen veranderen als de mensheid evolueert, maar fundamenteel blijft het pad hetzelfde.

Houd je niet te zeer bezig, vrienden, met het verschijnsel van deze communicatievorm als zodanig. Als jullie te veel aandacht aan dit aspect besteden, zullen jullie in verwarring raken. Het enige dat belangrijk is om te begrijpen aan het begin van een weg als deze, is dat er werkelijkheidsniveaus zijn die jullie nog niet hebben onderzocht en ervaren en waarover jullie hoogstens theoretiseren. Dat is niet hetzelfde als ervaren. Als jullie het voorlopig daarbij kunnen laten is dat veel beter dan een definitieve verklaring te forceren. Eén ding is duidelijk : wanneer deze stem zich manifesteert is het niet het bewustzijn van het instrument waardoor ik spreek. Het beste is als jullie het daarbij kunnen laten en verder misschien de mogelijkheid willen overwegen dat elke menselijke persoonlijkheid een diepte heeft waarvan hij of zij zich tot nu toe onbewust is. In deze diepte heeft iedereen de middelen om de nauwe begrenzingen van zijn persoonlijkheid te overstijgen en toegang te verkrijgen tot andere gebieden en tot entiteiten die een diepergaande kennis hebben.

(Lezing 204)

Labyrinth Chartres2


 

Werken op het pad: hoe je meer over jezelf te weten kunt komen

 

Dagelijkse terugblik:

 

Dagelijks aantekeningen maken

Ik zie dat een aantal van mijn vrienden hier mijn advies nog niet heeft opgevolgd wat betreft de geschreven dagelijkse terugblik. …

Het kost niet meer dan 10 tot 15 minuten per dag en dat is zeker mogelijk voor ieder van jullie. Je hoeft niet alles op te schrijven; alleen bepaalde sleutelwoorden. Als je dit steeds doet, zul je erin slagen het onbewuste bewust te maken door je eigen innerlijke neiging te ontdekken.

Zich herhalende patronen herkennen

Want nadat je dit een poosje gedaan hebt, zul je zeker bepaalde patronen in je leven herkennen waardoor je ze wel bewust moet worden, als je zo doorgaat. Je zult ze herkennen door bepaalde steeds optredende voorvallen en gebeurtenissen en door de manier waarop je op deze voorvallen reageert. Dit is alles wat je nu moet doen. Er is geen magische truc bij die moeilijk is uit te voeren. Je hoeft niet uitzonderlijk ver in je ontwikkeling te zijn om het voor elkaar te krijgen. Alles wat je moet doen is om de dag na te gaan en te denken aan alle ogenblikken die op enigerlei wijze disharmonie hebben veroorzaakt. Zelfs als je in het begin niet kunt begrijpen waarom je disharmonie voelt, schrijf je gewoon de gebeurtenis op en wat je erbij voelde.

Ontdekken wat er mis is met jezelf

Als je dit een poosje hebt gedaan, zal er zich een patroon ontwikkelen dat je weliswaar geen aanleiding geeft voor wat er mis is met je innerlijke gesteldheid, maar je zal tenminste de herhaling zien die aangeeft dat er iets in jou moet zijn dat verkeerd is, onafhankelijk van hoe verkeerd anderen die in de situatie betrokken zijn, misschien zijn. Als iets steeds weer gebeurt, is het een aanwijzing voor je eigen ziel. Deze zich herhalende gebeurtenissen, samen met je reactie erop, kunnen op twee of drie manieren verschillen, maar er moet een onderliggend basis-probleem zijn. Het is aan jou om dat uit te zoeken als je nog een beetje doorgaat.

Nadat je een tijdje een dagelijkse terugblik hebt bijgehouden, raad ik je aan om alles door te lezen en je de voorvallen met je reactie erop te herinneren. Ga dan nadenken over de verschillende fouten die je hebt ontdekt en vraag God om verheldering over wat het zelfs maar in de verste verte of indirect met je fouten te maken heeft. Zo kom je precies uit in het midden van dit pad. … Het is zo weinig om te doen.

(Lezing 28)


 

Maak overzichten van wat je in jezelf aantreft

Maak een lijst van al je zwakheden, al je fouten, zodat je ze niet vergeet.

(Lezing 9)

Daarom nodig ik ieder van jullie uit na te denken over wat je werkelijk als mogelijkheden ziet voor je leven.

(Lezing 157)


 

Je gedachten volgen

De eerste stap is, zoals altijd, het zien van wat er verkeerd zit. Zie hoe ongecontroleerd je gedachten zijn, hoe ze je beheersen, wat ze betekenen en hoe weinig ze betekenen. …

Globaal gezien kunnen we onderscheid maken tussen voorgrond-gedachten en achtergrond-gedachten. …

Voorgrond-gedachten worden door de wil geleid, achtergrond-gedachten zijn onwillekeurig. …

Voorgrondgedachten

De gedachten die zich op de voorgrond bevinden en onder controle van de wil staan, zijn altijd gericht en welomlijnd zolang ze op de voorgrond blijven en niet ongemerkt tot achtergrond-gedachten worden. Als je ergens aan wilt denken, of het nu constructief is of niet, dus zolang je je eigen gedachten leidt, is het voorgrond-denken.

Achtergrondgedachten

Als je jezelf tot rust brengt en de loop van je gedachten volgt, zul je al snel merken welke belangrijke rol achtergrond-gedachten spelen. Achtergrond-gedachten komen ongevraagd. Ze zijn chaotisch en vrijwel nooit constructief. Ook zal het je opvallen dat de meeste achtergrond-gedachten een of meer van de volgende kenmerken vertonen :

1. Ze komen voort uit verwarde emoties, uit innerlijke conflicten, die nooit het eigenlijke conflict laten zien. Ze zouden de kern van het conflict kunnen blootleggen, wanneer ze als symptoom geanalyseerd en juist begrepen werden. Dat gebeurt als je die vage, onwillekeurige achtergrond-gedachten tot voorgrond-gedachten maakt.

2. Je herbeleeft gebeurtenissen, gesprekken of indrukken in korte flitsen of fragmenten. Als ze niet tot de eerste categorie behoren, zijn ze volkomen onbeduidend. Je geest heeft bepaalde indrukken geregistreerd en herhaalt ze automatisch, als een rad dat blijft doordraaien. … Alleen als je deze indrukken observeert, kun je er je voordeel mee doen. Met andere woorden : je moet voorgrond-gedachten maken van je achtergrond-gedachten. Maar het stereotiep herhalen van gedachten dat mensen zo vaak doen, is totaal zinloos. Dat kun je dus net zo goed laten.

3. Wensdenken. Deze categorie is nog verder onder te verdelen. Je kunt bijvoorbeeld een gesprek opnieuw beleven; en dan bedenk je hoe het had kunnen gaan, hoe het had moeten gaan, wat je eigenlijk had moeten zeggen. Of je verliest je in een dagdroom over wat je hoopt dat er in de toekomst zal gebeuren, maar het blijft allemaal vaag, onrealistisch en illusoir, weinig verband houdend met je ware verlangens, of geen rekening houdend met je innerlijke beletselen. Dergelijke gedachten zijn zonde van de tijd, als je ze niet tot voorgrond-gedachten maakt en nagaat in hoeverre ze realistisch zijn.

Onwillekeurige achtergrond-gedachten vormen een continue stoorzender. … Ze overvallen je telkens wanneer je niet intens geïnteresseerd met iets bezig bent. … Ze zijn in zoverre zwak, dat je je er niet zo bewust van bent. Maar ze zijn ook sterk, omdat ze vaak veel meer macht over je hebben dan de ogenschijnlijk sterkere voorgrond-gedachten. … Het zijn deze achtergrond-gedachten die het zo moeilijk maken je op iets te concentreren. …

Concentratie-oefening

Ik zou jullie een oefening willen aanbevelen waarmee je deze zomer kunt beginnen ter voorbereiding van het werk dat we later samen zullen doen. Ga twee keer per dag vijf minuten zitten, niet langer, op een moment dat jou het beste uitkomt. Kies een tijd en een plaats waarvan je weet niet gestoord te zullen worden en waarop je niet bang voor onderbrekingen hoeft te zijn. Ga gemakkelijk zitten, maar niet liggen. Kom dan geheel tot rust. Ontspan je volkomen, zonder dat je probeert welke krachtsinspanning dan ook te leveren. Volg om te beginnen de beweging van je buik terwijl je heel rustig ademt: op en neer, op en neer. Of als je dat prettiger vindt, concentreer je dan op een punt tussen je ogen. Doe maar wat je het gemakkelijkst vindt. Wees erop voorbereid dat je geest al gauw bestookt zal worden door onwillekeurige gedachten. Je kunt ze verwachten, observeer ze in alle rust. Als ze op dit moment niet van dringend belang voor je zijn (door iets waarvan je overstuur bent), schuif ze dan weer rustig en zonder ongeduld opzij. Blijf je ademhaling volgen of je richten op het denkbeeldige punt tussen je ogen, terwijl je ondertussen kijkt naar wat die onwillekeurige gedachten precies zijn, als ze opkomen. Je hoeft ze alleen maar te observeren. Dat zal je al bewust maken van het hele mechanisme, en je laten zien hoe je er het slachtoffer van bent. Door je dit bewust te worden kom je al dichter bij je doel. In het begin lijkt het onmogelijk om aan niets anders dan aan je ademhaling te denken. Ongenode gedachtenflarden zullen steeds weer komen binnenvallen. Meestal zijn ze zo sterk dat je niet eens in de gaten hebt dat je ze toelaat. Dat merk je pas na een tijdje. Zodra je het in de gaten hebt, probeer je dan te herinneren waar je gedachten je naar toe dreven. Zeg tegen jezelf : “Ik dacht hier of daar aan”, wat het ook geweest mag zijn. Dit op zich is al voldoende om je meer bewust van jezelf te worden. Dan kun je doorgaan met je te concentreren, en het analyseren van die gedachten tot later uitstellen. Of als je er behoefte toe voelt, kun je dat ook meteen doen en de concentratie-oefening later voortzetten.

Als je vol vertrouwen blijft doorgaan, bereik je tenslotte het punt waarop je waarnemer van je eigen gedachten wordt. … Als je deze oefening doet, kun je er het beste heel ontspannen mee omgaan … Het belangrijkste is dat je je niet laat frustreren als het niet lukt en als je merkt dat je weer eens verstrikt bent geraakt in ongewenste achtergrond-gedachten.

(Lezing 68)

meditation-thoughts


 

Je eigen mening

Het wordt op dit Pad steeds belangrijker om uit te vinden wat je echte overtuigingen zijn. Velen van jullie zijn zich totaal niet bewust van het feit dat je overtuigingen hebt die je ooit als het ware “kant en klaar” hebt aangenomen. Je hebt ze aangenomen zonder jezelf af te vragen of ze werkelijk van jou zijn en waarom. De menselijke persoonlijkheid is vaak zo blind, zozeer in beslag genomen door zijn eigen emotionele problemen, dat hij zich er niet van bewust is dat hij (1) er meningen op nahoudt die niet van hemzelf zijn en (2) waarom hij dat doet.

Ik stel voor dat je een paar algemene onderwerpen neemt waarover je een uitgesproken mening hebt en dat je die onderzoekt in het werk dat je doet. Voor jezelf en met degene met wie je samenwerkt. Neem politiek, godsdienst, je ideeën over liefde en sex of wat het ook is dat iedereen enigszins aangaat. Wat denk je er werkelijk over ? Waarom ? Bedenk of je dezelfde mening zou hebben als je in een andere omgeving was opgegroeid. Zou je dezelfde mening hebben als andere invloeden om je heen de overhand hadden gehad ? Als je persoonlijke omstandigheden in het leven anders waren ? Dit is allemaal gezond omdat het je een meer objectieve kijk zal geven. Je kunt altijd een rechtvaardiging vinden voor bijna ieder gezichtspunt. Er zit altijd iets in het tegenovergestelde gezichtspunt. Probeer het te zien en probeer dan te ontdekken hoe subjectief je tot dusverre was. Het zal al een grote vooruitgang zijn als je erin slaagt toe te geven dat je er persoonlijk belang bij hebt aan je mening vast te houden en dat je reden daarvoor niet uitsluitend is gebaseerd op objectieve overwegingen. Deze eerlijkheid tegenover jezelf doet je ziel heel veel goed.

(Lezing 51)

Hoeveel mensen accepteren wel iets dat door een gerespecteerde autoriteit wordt gezegd en verwerpen toch dezelfde woorden wanneer deze worden uitgesproken door iemand waar ze schijnbaar met reden op kunnen neerkijken. Dat wijst niet op ontwikkeling. Ontwikkeling betekent ook onafhankelijkheid, waarheid van onwaarheid scheiden.

(Lezing 30)


 

Communicatie

Echte communicatie veronderstelt communicatie met jezelf, met de innerlijke niveaus die daarvóór ontoegankelijk waren. Zelfinzicht is de grondslag, het fundament. Iets dat je niet kent, kun je niet overbrengen, uitleggen en communiceren. Daarom moet een pad als dit waarop ik jullie begeleid, altijd in de eerste plaats op zelfontdekking en zelfkennis gericht zijn. Maar daar moet het niet bij blijven. Zelfkennis is alleen maar de voorbereidende fase. De volgende organische stap is de grote kunst van het communiceren te leren. Dit vereist de juiste intentie, gedachten, oefening en zelfonderzoek. Daarvoor moet je je halfslaap opgeven waarin je er zonder meer van uitgaat dat anderen je maar moeten aanvoelen. Het betekent moeite doen om uit te leggen, uit te reiken, en geduldig en liefdevol door het doolhof van onbegrip je weg te tasten. Zowel hier als elders leidt oefening tot een steeds spontaner en automatischer vermogen om naar buiten toe te zijn wie je daarvoor alleen heimelijk en innerlijk was, en deze toestand aan anderen duidelijk te maken.

….

Hoe kan je eenzaamheid ooit verzacht worden als je geen brug legt naar anderen ? Hoe kun je ooit je angst voor mensen verliezen tenzij je werkelijk de misvatting blootlegt dat anderen je vijand willen zijn ? Je kunt dit alleen bereiken door de moeite te nemen om jezelf te onderzoeken, tot je weet wat je werkelijk voelt. Vaak geloof je dat je iets voelt maar toch is het totaal niet wat er werkelijk in je omgaat. Neem het risico om jezelf te verduidelijken, ook al kan dat zelden in één klap gebeuren. Ga een doorgaande dialoog aan, met de groeiende bereidheid je trots te laten varen en het belang dat je erbij hebt om anderen de schuld te geven. Dat betekent communicatie op een emotioneel niveau. Zo zal de eenheid tussen alle mensen tot stand gebracht worden en zo zullen angst en haat (en dus oorlog op elke schaal) meer en meer verdwijnen. Met andere woorden : echte communicatie zal het Koninkrijk der Hemelen op aarde helpen brengen.

(Lezing 257)


 

Begrippen in het Padwerk

Beelden

Je moet beseffen dat iedere persoonlijkheid tijdens zijn leven, gewoonlijk zelfs al in de vroegste jeugd, bepaalde indrukken opdoet, indrukken die ontstaan zijn door factoren en invloeden vanuit de omgeving of plotselinge onverwachte ervaringen. Deze indrukken of houdingen zijn gewoonlijk door de persoonlijkheid gevormde conclusies. Meestal zijn het verkeerde conclusies. Je ziet en ervaart iets ongelukkigs, een van de onvermijdelijke moeilijkheden van het leven, en dan generaliseer je op grond van deze gebeurtenissen – en zo vorm je bepaalde vooropgezette denkbeelden. De conclusies, die soms al in de babytijd gevormd kunnen worden, zijn niet doordacht. Je zou het eerder emotionele reacties kunnen noemen, algemene houdingen tegenover het leven. Ze zijn niet geheel en al ontbloot van een zekere logica – zij het logica van een heel beperkte en foutieve soort. In de loop der jaren zinken deze conclusies en houdingen steeds dieper in het onbewuste. Toch vormen ze tot op zekere hoogte het leven van de betreffende persoon.

Wij noemen zo’n conclusie een ‘beeld’- als geesten zien wij het hele denkproces namelijk als een geestelijke vorm, of een beeld. Je denkt misschien dat iemand ook een positief, gezond beeld in zijn ziel gegrift kan hebben staan. Dat is maar tot op zekere hoogte waar, omdat daar waar geen verkeerd beeld gemaakt is, alle gedachten en gevoelens dynamische en ontspannen fluctueren: ze zijn flexibel. Je weet dat het hele universum doordrongen is van een aantal goddelijke krachten, gevoelens en houdingen die niet aan een beeld gebonden zijn, stromen in harmonie met deze goddelijke krachten, passen zich spontaan aan de onmiddellijke behoefte aan en veranderen ook volgens de noden van het ogenblik. Maar de gedachte- en gevoelsnormen die aan verkeerde beelden ontspruiten zijn statisch en samengeklonterd. Zij geven niet mee met de verschillende omstandigheden. Zo scheppen ze chaos. De zuivere stromingen in een mensenziel raken verstoord en misvormd. Je zou kunnen zeggen dat er kortsluiting is gemaakt.

Zo zien wij het. Jullie ervaren het door ongelukkige en angstige gevoelens en verwarring over vele schijnbaar onverklaarbare dingen in je leven. Het feit dat je niet kunt veranderen wat je wilt veranderen, en dat bepaalde gebeurtenissen in je leven zich regelmatig lijken te herhalen zonder een duidelijke reden, zijn twee voorbeelden hiervan – en er zijn er veel meer.

De verkeerde conclusies die een beeld vormen worden getrokken uit onwetendheid en halve kennis, en kunnen daarom niet in het bewustzijn blijven. Wanneer de persoonlijkheid opgroeit raakt de verstandelijke kennis in tegenspraak met de ‘emotionele’ kennis. Daarom verdring je de emotionele kennis zo ver dat deze uit zicht van het bewustzijn verdwijnt. Hoe meer de emotionele kennis verborgen is, hoe krachtiger deze wordt. Dit heb ik jullie al vaker gezegd.

Hoe kun je er zeker van zijn dat zo’n beeld in je aanwezig is ? Een aanwijzing ervoor is in de eerste plaats het feit dat je bepaalde fouten niet kunt overwinnen, hoezeer je dat ook wilt, en hoezeer je ook hebt ingezien dat ze verkeerd en onwenselijk voor je zijn. Ik heb al eens verteld dat mensen van een aantal van hun fouten houden. Waarom zouden ze ervan houden ? Ze doen dit om de eenvoudige reden dat bepaalde fouten volgens dit beeld een verdedigingsmaatregel of bescherming lijken. Uiteraard is dit onbewust geredeneerd. De bewuste poging om de betreffende fout te overwinnen blijft vruchteloos, doordat de wortels ervan onbewust zijn en het hele innerlijke redenatieproces daardoor verborgen blijft voor het verstand. Dit blijft zo tot het beeld herkend is.

Een andere aanwijzing voor een dergelijk beeld is de herhaling van bepaalde voorvallen in iemands leven. Een beeld vormt op de één of andere manier altijd een patroon: een patroon van gedrag, van reacties op bepaalde voorvallen, en ook van uiterlijke gebeurtenissen die iemand lijken te overkomen zonder dat hij daar ook maar enig aandeel in lijkt te hebben. Iemand kan in feite bewust iets vurig verlangen dat juist het tegendeel van het beeld is. Maar dit bewuste verlangen is het zwakste van de twee, doordat het onbewuste altijd sterker is. Hij beseft in zijn onbewuste niet dat zijn (onbewuste) houding juist de wens belemmert die hij bewust heeft, en die hij niet kan vervullen; dat de prijs voor deze onbewuste pseudo-bescherming inhoudt dat dit gewettigde verlangen verijdeld wordt. Dit is heel belangrijk, vrienden. Net zo belangrijk is het, dat jullie begrijpen dat door dergelijke beelden uiterlijke gebeurtenissen als door een magneet kunnen worden aangetrokken – bepaalde mensen die je in je leven tegenkomt, bepaalde voorvallen, enzovoort.

De enige remedie is uit te zoeken wat het beeld is, hoe het gevormd werd en wat de verkeerde conclusies waren.

Vaak merk je de herhaling en het patroon in je leven niet op. Je ziet datgene wat voor de hand ligt over het hoofd. Je bent zo gewend te veronderstellen dat bepaalde dingen toeval zijn, of een speling van het lot, of dat mensen in je omgeving verantwoordelijk zijn voor jouw herhaald ongeluk. Daarom schenk je veel meer aandacht aan de kleine nuances in ieder voorval, dan aan het grondkarakter ervan, de gemeenschappelijke noemer van alle gebeurtenissen die te wijten zijn aan je beeld.

(Lezing 38)


 

Hoger zelf, lager zelf en masker

Hoger zelf

Wanneer de mens vanuit zijn ware Zelf leeft, is hij in waarheid en vol vreugde. De meest creatieve en constructieve bijdragen aan het leven, komen van dit innerlijke Zelf. Alles wat groots en gul, alles wat levenwekkend, mooi en wijs is, komt voort uit het innerlijke of ware Zelf.

(Lezing 132)

Lager zelf

Het lager zelf bestaat niet alleen uit de gewone fouten en individuele zwakheden die voor iedereen verschillen, maar ook uit onwetendheid en luiheid. Het haat verandering en zelfoverwinning; het heeft een zeer sterke wil (die misschien niet altijd tot uiting komt) en wil zijn zin krijgen zonder er de prijs voor te betalen; het is erg trots en egoïstisch; het bestaat altijd voor een groot deel uit persoonlijke ijdelheid.

(Lezing 14)

In je huidige stadium van ontwikkeling is het belangrijk om uit te zoeken wat je lager zelf werkelijk is. Met andere woorden, je moet je fouten vinden en het bestaan, de betekenis en het effect ervan op jouw leven volledig gaan beseffen.

(Lezing 30)

Masker

Iemand die bijvoorbeeld iets egoïstisch wil en zichzelf niet wil toegeven dat dit egoïsme is, begint dit egoïstisch verlangen te rationaliseren en zichzelf voor de gek te houden. Dit soort zelfbedrog komt onder mensen werkelijk uiterst vaak voor.

….

Dit doet me aan nog een andere laag denken waarvan de mens de volle betekenis jammer genoeg niet kent. Ik zou het het maskerzelf kunnen noemen. Dit maskerzelf wordt op de volgende manier geschapen: wanneer iemand merkt dat hij met zijn omgeving in conflict komt, is hij toch misschien niet klaar om de consequenties daarvan op zich te nemen, door de prijs te betalen die nodig is om het lager zelf weg te werken, hetgeen allereerst met zich meebrengt dat je het onder ogen ziet zoals het werkelijk is, met al zijn motieven en drijfveren. Je kunt alleen iets overwinnen als je je er volledig bewust van bent. Dit betekent dat je het smalle pad gaat, het spirituele pad. De meeste mensen hebben geen zin om zover te kijken. Ze reageren emotioneel op het lager zelf, zonder er zelfs over na te denken. Wanneer zij voor moeilijkheden komen te staan die vanuit het lager zelf komen, voelen zij zich – onbewust – gedwongen hun zelfbeeld te veranderen om narigheid of allerlei nadelen te voorkomen. Zo scheppen zij onbewust deze andere laag van het zelf, die onwaar en werkelijkheidsvreemd is – zowel vreemd aan de werkelijkheid van het hoger zelf als aan de tijdelijke werkelijkheid van het lager zelf. Deze laag zouden jullie “kitsch” noemen, hij is gemaakt, hij is onwerkelijk. Bijvoorbeeld : het lager zelf draagt iemand op om zeer medogenloos te zijn in een egoïstisch verlangen. Zelfs voor iemand met beperkte intelligentie is het niet moeilijk te onderkennen dat, wanneer hij aan dat verlangen toe zou geven, hij kritiek krijgt, afgewezen wordt en andere mensen hem onaardig vinden. In plaats dat hij het egoïsme overwint door een langzaam ontwikkelingsproces, besluit zo iemand te handelen alsof hij niet egoïstisch is. Maar in feite is hij dat wél, hij voelt dit egoïsme. Hij haat het ‘gedwongen’ te worden om tegen de wensen van zijn lager zelf in te gaan, hij voelt zich verplicht te handelen op een manier die niet in overeenstemming is met zijn lagere aard en zijn lagere aard is, tenminste in dit geval, nog overheersend. Zijn toegeeflijkheid en edelmoedigheid zijn slechts gespeeld en in het geheel niet in overeenstemming met zijn gevoelens. Met andere woorden, de juiste handeling wordt helemaal niet ondersteund door overeenkomstige, gezuiverde gevoelens en daarom is zo iemand dan ook in gevecht met zichzelf. De juiste handeling wordt een noodzaak in plaats van een vrije keuze. De prijs wordt nog steeds niet betaald. Want hoewel iemand misschien iets geeft, kan hij toch het idee alleen al haten. Daarom blijft hij niet alleen vanwege zijn innerlijke overtuiging egoïstisch, maar is hij ook zijn ware aard ontrouw. Hij doet zijn werkelijkheid geweld aan, hij leeft een leugen.

Dat wil niet zeggen dat het aan te raden is aan je lagere aard toe te geven. Men moet voor zijn verlichting vechten en streven naar de ontwikkeling om zijn diepste gevoelens en verlangens te zuiveren. Maar als dit nog niet bereikt is, moet men op zijn minst zichzelf niet misleiden. Een mens moet een helder en eerlijk beeld hebben van de tegenstrijdigheden van zijn gevoelens en daden en geen maskerzelf creëren en daaronder leven. Vaak echter probeert iemand in een dergelijk conflict in zijn onzelfzuchtigheid te geloven en houdt hij zichzelf op die manier voor de gek wat betreft zijn werkelijke gevoelens en motieven. Hij toont ze niet, hij raakt ervan overtuigd dat ze niet bestaan en identificeert zich met zijn maskerzelf. Na een poosje schiet het kwaad wortel in het onderbewuste, waar het gaat gisten en vormen schept die een ernstige uitwerking hebben op de ware persoonlijkheid, en deze vormen kunnen niet weggewerkt worden wanneer men zich de oorsprong ervan niet bewust is. Egoïsme is slechts één voorbeeld; er zijn vele andere gevoelens die hetzelfde proces ondergaan en, vrienden, de persoonlijkheid vervreemden.

Wanneer mensen emotioneel ziek zijn, is dit altijd een aanwijzing dat er een maskerzelf in het leven is geroepen. Ze beseffen niet dat ze een leugen leven. Ze hebben deze laag van onwerkelijkheid gebouwd, die niets met hun werkelijke wezen te maken heeft. Daarom zijn ze niet trouw aan hun werkelijke persoonlijkheid. Zoals ik al zei, betekent trouw aan jezelf niet dat je aan je lager zelf moet toegeven. Het betekent dat je je er bewust van bent. Houdt jezelf tenminste niet voor de gek als je nog steeds uit ‘noodzaak’ handelt, en niet uit verlichting en innerlijke overtuiging. Wees je ervan bewust dat je gevoelens in een of ander opzicht nog steeds onzuiver zijn. Dan heb je een goede basis om vanuit te gaan. Het is gemakkelijker jezelf op deze manier onder ogen te zien wanneer je beseft dat onder de lagen van je lager zelf je hoger zelf leeft, je uiteindelijke en absolute werkelijkheid die je tenslotte moet bereiken. En om die te bereiken moet je eerst je lager zelf, je tijdelijke werkelijkheid, onder ogen zien, in plaats van het te bedekken, want dat schept een zelfs nog grotere afstand tussen jou en de absolute werkelijkheid of je eigen hoger zelf. En om je lager zelf onder ogen te zien, moet je koste wat kost het maskerzelf aftrekken. Je kunt jezelf hiertoe brengen wanneer je je de drie ‘zelven’ die ik hier bespreek, voorstelt.

Soms lijkt het voldoende om jezelf wat voor te liegen en helemaal niet na te denken over je emoties en ware motieven, en je emoties maar gedachteloos te laten gaan. Dit is echter niet zo. Wie gelukkig en gezond wil worden en vrede met zichzelf wil hebben, wie zijn leven echt wil vervullen, wie in harmonie met God en dus met zichzelf wil zijn, moet zichzelf een paar vragen stellen : “Wie ben ik nu eigenlijk echt ? Wat is mijn hoger zelf ? Wat is mijn lager zelf ? Waar zit misschien een masker, een vervalsing ?” Heel veel mensen hebben in tenminste één of ander opzicht een masker.

(Lezing 14)

Ik wil graag uitleggen waarom het vaak gebeurt dat iemand die in psychoanalyse is bij een analyticus die strikt een bepaalde school volgt, geen enkele spirituele waarheid erkent en niet erg intuïtief is in dergelijke zaken, in een crisis terecht komt waarin zijn geestestoestand nog slechter is dan voor de behandeling. (Natuurlijk kunnen er ook artsen zijn die vanuit hun intuïtie werken en zich daar vooral door laten leiden, en zo hun patiënten helpen de diepere lagen van het zelf te begrijpen.) Als de arts erin geslaagd is dit maskerzelf af te breken en de patiënt geconfronteerd wordt met zijn lager zelf, kan de ervaring zo schokkend zijn dat hij helemaal instort; hij kan de hulp opgeven en het kan zelfs nog ernstiger gevolgen hebben. Als men de persoon in kwestie daarentegen verteld had wat ik jullie hier vertel en hij geweten had wat hij kon verwachten, had op die manier veel pijn en vaak zelfs tragedie vermeden kunnen worden. Als een mens weet dat hij het lager zelf dat in iedereen bestaat onder ogen moet zien, maar dat dit lager zelf, hoe naar het misschien ook is, niet het uiteindelijke ik of ware zelf is, maar slechts een laag die het hoger zelf afdekt – het hoger zelf dat volmaakt is en wacht om uit deze lagen van onvolmaaktheid te groeien – dan zou zo’n schok nooit optreden.

(Lezing 14)

VRAAG :

Er bestaat heel wat huichelarij in deze wereld, wat natuurlijk het maskerzelf is. De wereld moedigt dat aan, omdat de wereld het goede wil zien. Is het vanuit het standpunt van de hele wereld niet verkieslijker om goed te doen en juist te handelen, zelfs als dit een masker is, dan om in je lager zelf te blijven als je het niet echt kunt verdelgen ?

 

Iedereen kan het verdelgen als hij het werkelijk wil. Het is slechts de vraag hoeveel er door jou in deze huidige incarnatie verdelgd kan worden. Maar er kan wel zoveel gedaan worden dat je geen misdaden begaat en anderen geen schade berokkent. Bovendien gaat het hier niet om de keuze tussen toegeven aan het lager zelf of een maskerzelf in het leven roepen. Zoals ik al uitlegde kun je zelfs als de gevoelens niet ineens gezuiverd kunnen worden – en dit neemt heel wat tijd, moeite en geduld – je bewust zijn van je eigen onvolmaaktheden, onzuivere verlangens en lagere aard, terwijl je wel naar de normen van de maatschappij handelt. Dit is oneindig veel beter dan te geloven dat het maskerzelf je ware aard en werkelijke zelf is, waarmee je jezelf voor de gek houdt en een innerlijke leugen schept. Met andere woorden, je kiest niet tussen kanibaal worden – als dat je lager zelf is – en hypocriet zijn en jezelf voor de gek houden. Je moet je ervan bewust zijn dat je uit noodzaak en omwille van je eigen gemak handelt, terwijl je gevoelens nog steeds niet gezuiverd zijn en niet altijd in overeenstemming met je uiterlijke daden. En tegelijkertijd moet je de noodzakelijke stappen nemen om jezelf te zuiveren. Als je de weg van zuivering gaat, kun je geen succes verwachten voor je bereid bent te wachten en te werken, te werken en te wachten. Intussen is eerlijkheid tegenover jezelf absoluut essentiëel en eerste vereiste, wil je enig succes behalen in deze geweldig mooie onderneming. Maar zelfs als je niet bereid bent deze weg te nemen, is het oneindig veel beter om geen illusie over jezelf te koesteren dan om deze ongezonde, ziekelijke aura te creëren.

(Lezing 14)


 

Eigenzinnigheid, trots en angst

Misschien vraag je je … af : “Hoe staan eigenzinnigheid, trots en angst met elkaar in verband ? Waarom is de één ondenkbaar zonder de ander ?” Want dat is het geval, vrienden. Als je één kenmerk hebt, moet je ze alle drie wel hebben. Misschien dat de één sterker bij je is dan de ander of duidelijke of meer bewust dan de ander. Maar het is onmogelijk dat je er maar twee hebt en de derde helemaal ontbreekt.

Geloof niet dat er een menselijk wezen bestaat dat helemaal vrij is van eigenzinnigheid, trots en angst. Daarom zijn mijn woorden op iedereen van toepassing.

Eigenzinnigheid en vrije wil

Op de eerste plaats wil ik … verhelderen dat er een duidelijk verschil bestaat tussen eigen wil en vrije wil ….

Vrije wil kan ten goede of ten kwade gebruikt worden; vrije wil is belangrijk. Je kunt niet zeggen dat het alleen goede doelen dient, het kan ook voor slechte doelen gebruikt worden. Maar je kunt jezelf niet ontwikkelen zonder je vrije wil volledig in te zetten. De wil van God kan niet vervuld worden, tenzij je uit eigener beweging je vrije wil gebruikt, dus omdat je het zelf verkiest. Vrije wil is de grootste gave waarmee je begiftigd bent en zonder welke je nooit een goddelijke staat kunt bereiken.

Maar eigen wil, eigenzinnigheid, is de wil van het kleine zelf, van het kleine ego. Eigen wil streeft ernaar te krijgen wat het wil, ongeacht de consequenties of de schade die aan anderen berokkend worden en daarmee uiteindelijk ook aan jezelf. Maar het kleine ego is te blind om dit te begrijpen. De eigen wil is in zijn blinde en onrijpe toestand ook te blind om te beseffen dat alles wat wordt verlangd en tegen de spirituele wet ingaat, het zelf in moeilijkheden brengt en belemmert.

Een voorbeeld hiervan is een geestelijk onderontwikkeld persoon, laten we zeggen een misdadiger. Hij gebruikt zijn eigen wil op een zeer voor de hand liggende manier om zijn onmiddellijk, schijnbaar voordeel te dienen, daarbij alle wetten negerend, zowel spirituele als menselijke. Wat hem voordelig lijkt wil hij krijgen.

Nu hoeven we dergelijke gemakkelijke gevallen niet te bespreken. Door de bank genomen begaan mensen geen misdaden of asociale handelingen, gedeeltelijk omdat ze beseffen dat dit verkeerd is (het ethisch gevoel – ook als iemand niet religieus is, is genoeg ontwikkeld om af te zien van de verlangens van het lager zelf dat misschien nog dergelijke wensen koestert) en gedeeltelijk omdat mensen eenvoudig bang zijn om met hun omgeving in conflict te komen.

Eigen wil en onbewuste verlangens

Het is dus niet vanwege een speciaal ethisch of moreel gevoel, dat we het doen en laten van de eigen wil bespreken, maar we bespreken de gevoelens en emotionele stromingen van de eigen wil die bij ieder van jullie voorkomen. Want elk ongezuiverd wezen wenst bewust of onbewust dingen die verkeerd zijn en tegen de spirituele wet ingaan. En in dit conflict tussen het bewuste verlangen en het onbewuste verlangen vertegenwoordigt je eigen wil de grootste handicap in je ontwikkeling. Daarom is het van uiterst belang dat je, zoals ik keer op keer zeg, de moed vat om je gevoel te testen en ze in heldere beknopte bewoordingen weer te geven, zodat je beseft : “Hier heb ik een verlangen dat uit mijn kleine ego en mijn eigengereidheid voortkomt en dat niet overeenstemt met het andere deel van mijn aard dat net zo werkelijk is als dit tot nu toe verborgen deel”. Op die manier krijg je zicht op wat je werkelijkheid is.

Eigenzinnigheid en angst

Hoe staat dit nu in verband met angst ? Als je eigenzinnigheid sterk is – en die kan des te sterker zijn als je je er niet bewust van bent – heb je voortdurend angst dat de verlangens van deze eigen wil niet bevredigd zullen worden. Op die manier is angst aan eigenzinnigheid gekoppeld. Want diep in je hart weet je dat alle wensen van je eigen wil nooit vervuld kunnen worden. Voor het merendeel zijn het trouwens onmogelijke en onredelijke wensen….

Daarom gaan krachten in je verschillende richtingen uit : de stroom van de eigen wil wenst heel sterk iets dat verkeerd of onmogelijk is, of in tegensprak met andere stromingen in je; en tegelijktertijd is er de kennis in je van je diepere wezenlijke kern, laten we zeggen van het hoger zelf, dat heel goed weet dat dit onvervulbare wensen zijn. Daarom schept deze kennis angst in je omdat je eigenzinnigheid niet teniet is gedaan. …

proud

Trots en angst

Laten we nu naar trots overgaan. Wat betekent trots ? Het betekent dat je jouw ego belangrijker vindt dan die van iemand anders, niet alleen met betrekking tot je eigenwijsheid (namelijk dat je bepaalde voordelen wenst) maar ook in de zin van opschepperij. Als je de vernedering van een ander minder voelt dan je eigen vernedering heb je nog te veel trots. En wie voelt het niet zo ? Wie reageert werkelijk hetzelfde op de vernedering van andere mensen als ten aanzien van eigen vernedering ? Niemand van jullie ! Als je zelf vernederd wordt, voel je je gekwetst; als iemand anders op dezelfde manier vernederd wordt, vind je dat misschien naar, maar je reactie is zeker geheel anders, hoezeer je jezelf ook probeert wijs te maken dat dit niet zo is. Wees eerlijk met jezelf en die eerlijkheid doet zeker meer voor je dan de zelf-misleiding dat je op de vernedering van iemand anders hetzelfde reageert als op je eigen vernedering.

Gevoelens veranderen indirect en niet met geweld, ook niet door jezelf gewoonweg te vertellen dat je anders voelt dan je doet. Daarom is jezelf eerlijk naar waarde schatten de beste manier om je gevoelens ook in dit opzicht geleidelijk te veranderen. Ik adviseer niet dat je moet gaan proberen identieke gevoelens van gekwetste ijdelheid op te roepen die een ander mens ervaart als hij vernederd wordt. Nee, je zou eerder moeten leren jezelf niet zo belangrijk te vinden, want je kleine trots en ego doen er niet half zoveel toe als wat je gevoelens nog steeds aangeven. Als je leert minder aan je ijdelheid vast te houden, dan en dan alleen kun je jezelf binnen de juiste proporties met anderen vergelijken en hetzelfde op hen reageren als op jezelf. Dat is wat bedoeld wordt met “je naaste liefhebben als jezelf”. Zolang je anders voor je naaste voelt dan voor jezelf, betekent dit een schending van de spirituele wet van rechtvaardigheid, afgezien nog van de wet van broederschap, want je reacties zijn zeker niet eerlijk. Misschien handel je weliswaar rechtvaardig, maar misschien is dit wel niet genoeg voor jou. … Dus iedere keer als je oneerlijkheid voelt, zet je jezelf emotioneel op een hoger plan dan je naaste. Zodra je ijdelheid en trots een dergelijke belangrijkheid voor je hebben, verkeer je opnieuw in een voortdurende angst, bang dat je omgeving je trots niet zal bevredigen. Daarom moet je het verlangen opgeven om je eigen persoon op een hoger voetstuk te plaatsen dan anderen. Alleen zo zul je vrij van angst worden.

(Lezing 30)


 

De vicieuze cirkel

In de 50ste padwerklezing beschrijft de Gids een vicieuze cirkel

Vanavond wil ik een van de vicieuze cirkels bespreken die onder mensen heel normaal is. Tot op zekere hoogte komt het in elke mensenziel voor, meestal in het onbewuste, hoewel sommige delen van de cirkel bewust kunnen voorkomen. In je werk is het belangrijk dat je deze cirkel helemaal volgt totdat je hem overziet. Want anders is hij moeilijk op te lossen. Mijn woorden zijn niet zozeer tot je bewuste verstand gericht, noch tot je intellect, maar tot het niveau van je emoties, daar waar de gevoelens van en reacties op deze vicieuze cirkel zich bevinden.

Waarschijnlijk ben je je van gedeelten van deze vicieuze cirkel wel bewust; gebruik daarom deze woorden om tot die delen door te dringen waarvan je je nog niet bewust bent. Misschien zijn enkelen van jullie je totaal niet bewust van enig deel van deze cirkel. In dat geval zullen deze woorden je helpen daar een begin mee te maken. Dat zal niet al te moeilijk zijn omdat veel van de voorkomende symptomen je gemakkelijk laten zien dat deze cirkel in je leeft, zonder dat je je daar bewust van bent. Interpreteer deze woorden echter niet in die zin, dat je bewust volgens deze vicieuze cirkel denkt en handelt. Realiseer je dat het iets verborgens is; en dat het aan jou is om deze kettingreactie tot een bewust deel van je werk op dit pad te maken om jezelf te vinden en te ontwikkelen. Bewustzijn van deze verborgen stromingen zal je vrijheid en overwinning geven.

De meeste van mijn vrienden realiseren zich dat er in ieder mens een onlogische manier van denken, voelen en reageren voorkomt, zelfs als iemand bewust wel beter weet. Alles in het onbewuste is primitief, onwetend en vaak onlogisch, hoewel deze onbewuste reacties wel een zekere (beperkte) eigen logica kennen.

De vicieuze cirkel begint in de kindertijd, evenals alle beelden, die in de vroegste periode gevormd worden. Het kind is hulpeloos, er moet voor gezorgd worden, het kan niet op eigen benen staan en geen rijpe beslissingen nemen. Het kan niet vrij zijn van zwakke, egocentrische motieven en daardoor is het afhankelijk van andere mensen. Vandaar dat het kind niet in staat is tot onbaatzuchtige liefde. De volwassen en rijpe persoon groeit naar een dergelijke liefde toe op voorwaarde dat de persoonlijkheid zich harmonieus ontwikkelt en geen van zijn kinderlijke reacties – die hij heeft op grond van verkeerde conclusies – verborgen blijven in het onbewuste. In dat geval groeit de persoonlijkheid maar ten dele, terwijl een ander deel (een belangrijk deel bovendien) onrijp blijft. Er zijn maar weinig volwassenen waarvan de emotionele rijpheid even groot is als de intellectuele rijpheid.

Vicious circle

De 1ste stap : Exclusieve liefde

Het kind verlangt dat men van hem houdt en hij heeft dat ook hard nodig. Als er volwassenen bestonden, die in staat zouden zijn een schijn van goddelijke liefde te geven, dan zou het conflict dat we hier bespreken niet voorkomen, maar de innerlijke problemen van kinderen zouden ook nooit opgelost worden. Want niets kan werkelijk opgelost worden door wat een ander kan of niet kan doen! Daarom is leven op deze onvolmaakte en ongezuiverde planeet nodig voor iedere ziel die nog niet zuiver is; op deze manier komt het kind in contact met min of meer onvolmaakte omgevingen, waardoor zijn innerlijke problemen op de voorgrond komen. Het gebrek aan goddelijke liefde en de beperkte menselijke liefde zorgen daarvoor. Vanwege het tekort hongert het kind (in zijn onwetendheid) naar een exclusieve liefde, die noch door god, noch door een mens gegeven kan worden. Het wil alleen maar egocentrische liefde. Hij wil die niet met anderen delen, niet met zijn broers en zusjes, zelfs niet met de andere ouder. Het is – onbewust – jaloers op beide ouders. En als de ouders niet van elkaar houden, lijdt het kind nog meer. Daarom komt het eerste conflict uit twee tegengestelde verlangens voor : aan de ene kant wil het kind de exclusieve liefde van elk van de ouders, aan de andere kant lijdt het wanneer de ouders niet van elkaar houden. Omdat ouders geen volmaakt vermogen tot liefhebben hebben, begrijpt het kind niet dat ondanks deze onvolmaaktheid menig ouder in staat is om van meer dan één persoon te houden. Het kind interpreteert dit zodanig dat het zich uitgesloten en verworpen voelt als ouders ook van anderen houden. Samenvattend : de liefde waar het kind naar hongert, kan nooit vervuld worden. Iedere keer wanneer het kind zijn zin niet krijgt, gebruikt hij dit als “bewijs” dat men niet genoeg van hem houdt. Dit veroorzaakt frustratie, het kind voelt zich afgewezen.

De 2de stap : Woede, wrok, haat

Dat gevoel afgewezen te zijn veroorzaakt weer haat, wrok, vijandigheid, agressie. Dat is het tweede deel van de vicieuze cirkel. De behoefte aan liefde die niet vervuld kan worden, veroorzaakt juist haat en vijandigheid jegens personen waar men het meest van houdt. Algemeen gesproken is dit het tweede conflict in de opgroeiende mens. Als het kind iemand kon haten van wie het niet tegelijkertijd hield, als het iemand op zijn eigen manier kon liefhebben en het geen liefde daarvoor zou terugverlangen, dan kon dit conflict niet ontstaan. Juist het feit dat er haat bestaat voor dezelfde persoon van wie men intens veel houdt, schept een belangrijk conflict in de menselijke psyche.

De 3de stap : Schaamte en schuldgevoel

Het is duidelijk dat het kind zich schaamt voor deze negatieve emoties ; daarom duwt het dit conflict naar het onbewuste waar het blijft woekeren. En deze haat veroorzaakt een schuldgevoel omdat het kind vroeg in het leven geleerd is, dat haat slecht, verkeerd en zondig is, zeker ten opzichte van ouders die men moet liefhebben en eren. Dit schuldgevoel (dat alsmaar in het onbewuste voortleeft) veroorzaakt in de volwassen persoonlijkheid allerlei soorten conflicten. Bovendien is de persoon in kwestie zich niet bewust van de wortel van deze conflicten totdat hij besluit uit te zoeken wat in zijn onbewuste verborgen is.

De 4de stap : Angst voor straf

Deze schuld geeft weer een volgende – opnieuw onvermijdelijke – reactie. Door zich schuldig te voelen zegt het onbewuste “Ik wens gestraft te worden”; en zo ontstaat er een angst voor straf in de ziel die ook bijna altijd helemaal onbewust is. Het kan echter in verschillende symptomen tot uiting komen die – als je ze nagaat – uiteindelijk tot dat deel van de kettingreactie leiden, die ik hier beschrijf.

Vanuit deze angst wordt een verdere kettingreactie ingezet. Het brengt een gevoel met zich mee dat steeds wanneer je gelukkig bent en plezier hebt, je vindt dat je dat niet verdient ondanks je natuurlijke verlangen. Je schuldgevoel over het feit dat je diegenen haat van wie je het meeste houdt, overtuigt je ervan dat je niets goeds, plezierigs of prettigs verdient, laat staan geluk als zodanig. Je voelt : mocht ik ooit gelukkig worden dan zal de straf, die onvermijdelijk lijkt, des te groter zijn. Daarom vermijd je onbewust geluk, omdat je denkt het op deze manier goed te maken en daarmee nog grotere straf te vermijden. Aldus worden situaties en patronen geschapen die altijd datgene schijnen te vernietigen wat je het allerliefst wenst in het leven.

Deze angst voor geluk, die aanleiding is voor allerlei ongezonde reacties, symptomen en inspanningen, en die emoties naar alle richtingen doet uitspatten, leidt tot daden die patronen scheppen die buiten de wil van de persoonlijkheid tot stand lijken te komen. Ze lijken totaal onafhankelijk veroorzaakt te zijn zonder dat de persoonlijkheid er in enig opzicht verantwoordelijk voor is. Zo komt er weer een nieuw conflict bij. Enerzijds verlangt de persoonlijkheid naar geluk en vervulling en aan de andere kant verbiedt de angst voor geluk dat. Het verlangen naar geluk kan nooit uitgewist worden. En toch – dankzij dit diep verborgen schuldgevoel – ontstaat er een situatie, waarin het schuldgevoel groter wordt naar de mate waarin het verlangen naar geluk toeneemt. Veel persoonlijke en massabeelden worden op die manier onderweg verzameld. Ze helpen allemaal deze kettingreactie te versterken.

De 5de stap : Zelfbestraffing

Welnu : de angst om gestraft te worden en de angst dat men geen geluk verdient scheppen een verdere gecompliceerde reactie. Het onbewuste denkt : “Ik ben bang door anderen gestraft te worden, hoewel ik weet dat ik het verdien. Het is veel erger door anderen gestraft te worden; dan ben ik werkelijk overgeleverd aan de genade van anderen, of dit nu mensen, het lot, God of het leven zelf is. Maar misschien – als ik mijzelf straf – kan ik op zijn minst de vernedering, de hulpeloosheid en de ontering vermijden om gestraft te worden door krachten buiten mijzelf. ” En omdat deze basisconflicten (van liefde en haat, van schuld en angst voor bestraffing) in ieder mens bestaan – alleen de mate waarin kan variëren – komt het dwangmatig verlangen naar zelfbestraffing, die te wijten is aan verkeerde en onwetende conclusies, tot op zekere hoogte bij ieder mens voor.

Daarom legt de persoonlijkheid zichzelf een straf op. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Het kan door een fysieke ziekte die de psyche produceert. Het kan door allerlei soorten ongelukken, mislukkingen en conflicten op elk levensterrein. In ieder individueel geval is dat afhankelijk van het persoonlijke beeld, dat het kind gevormd heeft en gedurende zijn leven met zich meedraagt, totdat het gevonden en uiteindelijk opgelost wordt. Als er bijvoorbeeld een beeld bestaat met betrekking tot je beroep en loopbaan, wordt het versterkt door dit inherente verlangen naar zelfbestraffing, zodat ten aanzien van dit onderwerp er voortdurend moeilijkheden naar voren komen in zijn of haar leven. En als bijvoorbeeld een beeld bestaat met betrekking tot liefde en huwelijksleven, geldt daar precies hetzelfde.

Als en wanneer je niet tot een bewust en legitiem verlangen kunt komen, als je in je leven tegen het patroon aanloopt, dat vervulling van dit bewuste verlangen voortdurend gefrustreerd wordt (alsof je er niets mee te maken hebt, alsof het lot je onvriendelijk gezind is), kun je er zeker van zijn dat er niet alleen een beeld en een verkeerde conclusie met betrekking tot dit onderwerp in jezelf bestaan, maar dat daarbij ook nog een behoefte aan zelfbestraffing in het geding is.

Een verdere kettingreactie in deze vicieuze cirkel : de gespletenheid van de verlangens van de persoonlijkheid (in liefde en haat zoals beschreven in het begin van deze vicieuze cirkel) veroorzaakt een verdere scheuring zoals je nu wel duidelijk kunt zien. Een van deze met elkaar in conflict zijnde gevoelens is de behoefte aan zelfbestraffing, die je aan de andere kant toch eigenlijk niet wil. Daarom redeneert een verborgen deel : “Misschien kan ik er omheen. Misschien kan ik mijn grote schuld voor mijn haat op een andere manier goed maken”. Deze denkbeeldige verzoening mondt uit in marchanderen. Dit doe je , door voor jezelf zo’n hoge norm te zetten dat het onmogelijk wordt er werkelijk naar te leven.

De 6de stap : Perfectionisme en dwangmatig geweten

Dat innerlijke stemmetje zegt : “Als ik het zo goed doe, als ik niet zo zwak ben en geen fouten heb, als ik de beste ben in alles wat ik onderneem, dan kan ik deze haat en wrok uit het verleden goed maken”. En omdat dit stemmetje in het onbewuste verborgen is, is het geen verleden tijd, het leeft tot op heden voort.

Je kunt pas over iets heen komen als je er lucht aan geeft. Deze “oude” haat leeft nog steeds in je. Daarom voel je je voortdurend schuldig. Als het echt een kwestie uit het verleden was, zou je niet de hele tijd deze indringende schuld voelen, hoewel dit schuldgevoel natuurlijk niet bewust is. En je denkt door zo “volmaakt” te zijn, dat je je straf kunt ontlopen. Op deze manier is er een tweede geweten in het leven geroepen. Er bestaat altijd één geweten; het is het hogere zelf dat eeuwig en onverwoestbaar is. Het is de Goddelijke Vonk in ieder mens. Verwar dit geweten niet met het “tweede geweten” dat kunstmatig gecreëerd is vanwege de dwang een veronderstelde zonde of zelfs een werkelijk falen goed te maken. Noch denkbeeldige zonden, noch werkelijk falen kan door dit kunstmatige, abnormaal veeleisende geweten goed gemaakt worden. Er hoeft niets bestraft te worden. Zoals je nu wel allemaal zult weten is de manier om werkelijke mislukkingen te elimineren heel anders en veel constructiever. Als en wanneer je uiteindelijk onderscheid kunt maken tussen deze twee soorten geweten, heb je weer een belangrijke stap gedaan.

Het goede en zuivere, het goddelijke geweten houdt zich natuurlijk met je vooruitgang bezig, met je spirituele ontwikkeling, met de vervulling van je persoonlijke leven,

De gids gaat nu verder in op het onderscheid tussen het goede, zuivere geweten en het dwangmatige geweten. Omdat ik deze tekst als kennismaking met het Padwerk bedoel, sla ik dit gedeelte van de lezing over, en ga verder waar de tekst de draad van de vicieuze cirkel weer oppakt.

Het dwangmatige, tweede geweten stelt eisen aan je die onmogelijk te vervullen zijn. En iedere keer dat je er niet in slaagt naar deze normen te leven, voel je je buitengewoon afgewezen. En met iedere fout van het dwangmatige geweten voel je sterker en sterker dat je de straf niet kunt ontlopen. Je voelt de behoefte aan straf zelfs meer dan vóór dat je dit tweede geweten creëerde. En je zegt tegen jezelf : “Over het algemeen ben ik zelfs niet in staat zo goed en volmaakt te zijn met anderen dan dat ik ben met degenen die ik haat. Daarom zie ik hoezeer ik het verdien gestraft en veracht te worden”. Het gemarchandeer waarmee je wilde beginnen werkte niet en kon dat ook nooit. Vandaar dat de prijs die je voor dit tweede geweten betaalt, hoog is. In feite is deze veel hoger dan de prijs die iedereen gewoonlijk moet betalen om gezond te leven.

De 7de stap : Isolatie

Wat gebeurt er wanneer je deze doelen niet kunt bereiken ? Onvermijdelijk moet het gevolg een gevoel van ontoereikendheid zijn, van minderwaardigheid. Omdat je niet wist dat de normen van je dwangmatige geweten irrationeel, onwerkelijk en onbereikbaar zijn en omdat je achter je muur van afscheiding gelooft dat anderen kunnen slagen terwijl jij alleen dat niet kunt, voel je je helemaal geïsoleerd, beschaamd over je schuldige geheim van haat en niet in staat zijn tot “goedheid” en “zuiverheid”.

Misschien zeg je : “Het is juist en goed om volmaakt te worden”. Je zegt misschien : “Wenst het goddelijk geweten deze volmaaktheid ook niet ?” Natuurlijk. Soms kunnen het goddelijke en dwangmatige geweten naar hetzelfde streven, maar de manier waarop dit bereikt wordt, verschilt. Goddelijk geweten weet dat je nog niet volmaakt kunt zijn en wil je stap voor stap tonen hoe je stukje bij beetje die volmaaktheid kunt bereiken door jezelf te accepteren zoals je nu bent zonder schuld en angst. Het dwangmatige geweten weet niets van dat soort dingen. Het zou nu al volmaakt willen zijn. Verder verschillen de beweegredenen bij deze twee stemmen. De eerste heeft alle tijd, het uiteindelijke doel is beter lief te hebben; het weet het geheim van volmaaktheid : de enige manier is liefde en geluk geven en gelukkig en geliefd te worden. De motieven van het tweede geweten berusten op zwakheid en angst. Het marchandeert; het wil vermijden wat misschien wel of niet goed is, wel of niet gezond en verdiend is (afhankelijk van hoe je tegen “straf” aankijkt). Het is te trots om zich te realiseren dat men gewoonweg nog niet helemaal volmaakt kán zijn; en ook te trots om zijn huidige status te accepteren.

De 8ste stap : Minderwaardigheidsgevoelens en faalangst

Daarom moet je je wel minderwaardig voelen, omdat je niet in staat bent naar deze hoge normen te leven. Alle minderwaardigheidsgevoelens van mensen kunnen altijd tot deze gemeenschappelijke noemer herleid worden. Zolang je dit feit niet voelt en ervaart, kun je je minderwaardigheidsgevoelens niet van je afschudden. Je moet deze hele vicieuze cirkel ontdekken en de onredelijkheid ervan inzien. Je moet de emoties, die je ertoe gebracht hebben hem in het leven te roepen, opnieuw doorleven. Pas dan kun je punt voor punt deze kettingreactie oplossen en nieuwe concepten in je emotionele zelf creëren.

Alle rationalisaties rondom minderwaardigheidsgevoelens zijn nooit werkelijke oorzaken. Misschien heb je gelijk dat anderen op de één of andere manier meer succes hebben. Maar dat kan je nooit minderwaardig doen voelen. Zonder de kunstmatig hoge normen zou je de behoefte niet voelen om beter te zijn of op zijn minst net zo goed als anderen op elk gebied van je leven. Je zou gelijkmoedig accepteren dat anderen beter zijn, het op sommige gebieden in het leven beter doen, terwijl jij voordelen hebt die anderen misschien niet hebben. Je hoeft dan niet zo intelligent, succesvol of mooi (of wat dan ook) als andere mensen te zijn. Dat is nooit de echte reden dat je je ontoereikend en minderwaardig voelt ! Deze waarheid wordt bevestigd door het feit dat je ziet dat de meest briljante, meest “succesvolle”, de mooiste mensen vaak zwaardere minderwaardigheidsgevoelens hebben dan anderen die minder briljant, minder succesvol of mooi zijn.

De 9de stap : Overdreven eisen naar bewondering

Deze ontoereikendheid en minderwaardigheid geven aanleiding tot de laatste schakel om de vicieuze cirkel rond te maken. En opnieuw redeneert het stemmetje van het onbewuste : “Ik heb gefaald. Ik weet dat ik minderwaardig ben. Maar als ik nou maar één blijk van liefde, respect en bewondering van anderen kon krijgen, alleen maar krijgen, dat zou zo bevredigend zijn, dat zou me bewijzen dat ik gelijk had met mijn eis van liefde en het bewijst ook, dat mijn haat terecht was omdat ik die liefde niet kreeg. Dat dwong me in de positie dat ik ging haten. Alleen maar liefde ontvangen zou me ook bewijzen dat het überhaupt mogelijk is liefde te ontvangen, liefde die mijn ouders mij onthielden. Bovendien laat het me zien dat ik niet zo waardeloos ben als ik zelf wel denk vanwege het feit dat ik er niet in slaag naar de normen van mijn dwangmatige geweten te leven”. Natuurlijk worden deze woorden nooit bewust gedacht. Maar onder de oppervlakte redeneren de emoties wel op deze manier.

De 10de stap : Zo wordt de cirkel rond

Daarom wordt de behoefte om bemind te worden zelfs nog indringender – als de cirkel zich sluit waar hij begon – dan hij oorspronkelijk was. Het betekent dat in een vicieuze cirkel alle opeenvolgende keren dat de kettingreactie opnieuw van start gaat, de behoefte alsmaar sterker wordt.

Aan de andere kant bestaat er altijd het vermoeden dat de haat onterecht was. Deze was ook onterecht, maar in een andere zin. De persoonlijkheid voelt onbewust dat als een dergelijke liefde bestaat, hij gelijk had en zijn ouders en anderen ongelijk hadden. Daarom wordt de honger naar liefde meer en meer gespannen en dwangmatig, terwijl de motieven zwak, ongezond en totaal onrijp zijn. Aangezien deze behoefte nooit vervuld kan worden (en hoe duidelijker dit wordt, hoe groter het schuldgevoel) worden dientengevolge alle opeenvolgende stappen van de cirkel, die maar doordraait, in de loop van het leven steeds erger en worden er steeds meer conflicten en problemen geschapen.

Alleen als je op een gezonde en rijpe manier liefde verlangt (niet als dekmantel voor ziekelijke motieven) en alleen wanneer je net zo veel wilt liefhebben als je liefgehad wilt worden, en wanneer je bereid bent het “levensrisico” te nemen, zul je merken dat er liefde naar je toekomt. Bedenk dat de zieke persoonlijkheid waarin de vicieuze cirkel sterk is, daartoe nooit in staat is zolang hij doorgaat kinderlijke liefde te verlangen. Zolang hij niets uit liefde kan riskeren, weet hij niet hoe hij op een volwassen manier lief moet hebben. Een kind wordt niet verondersteld een dergelijk risico te nemen, maar de volwassene wel.

De onrijpe persoon heeft een intens verlangen en honger naar liefde (vanuit motieven die uit de vicieuze cirkel voortkomen). Hij wil bemind en toegejuichd, verzorgd en bewonderd worden; zelfs door hen die hij niet het minst van plan is lief te hebben. En waar de bedoeling misschien tot op zekere hoogte aanwezig is, staan de bereidheid te geven en de dwangmatige behoefte te ontvangen niet in verhouding. Vanwege deze fundamentele ongelijkheid kan het niet werken. Want de goddelijke wet is altijd rechtvaardig en eerlijk. Je ontvangt nooit meer dan je investeert. Als je vrijuit investeert zonder zwakke en dwangmatige motieven, ontvang je misschien niet onmiddellijk de liefde terug vanuit dezelfde bron waarin je geïnvesteerd hebt, maar uiteindelijk komt het bij je terug en dan in een weldadige cirkel. Wat je uitgeeft komt terug op voorwaarde dat je niet uit zwakte geeft met het motief “iets te bewijzen”. Als de motieven van de beperkte liefde die je geeft onbewust op deze vicieuze cirkel gebaseerd zijn, kun je nooit iets terug ontvangen; zelfs als je toevallig iemand tegenkomt die in principe tot liefde in staat is, welke rijper is dan die welke je gewoonlijk door je verborgen neigingen uit je omgeving aantrekt. Veronderstel dat al je behoeften om liefde te ontvangen werden gehonoreerd, terwijl je alleen maar een minimum aan emotie hoefde te investeren, dan nog kon je behoefte nooit vervuld worden. Dat komt om de eenvoudige reden dat je innerlijke lijden iets heel anders nodig heeft. De liefde waar jij naar smacht is op het foutieve idee gebaseerd dat je in het gelijk gesteld wordt en dat werkt dus niet. Met andere woorden : je zoekt naar een remedie die geen remedie voor je ziekte is. En daarom blijft het een honger die nooit gestild kan worden; het is een bodemloze put.

Werken aan/met de vicieuze cirkel

Het is je werk op dit pad om deze cirkel in jezelf te ontdekken, het te ervaren; vooral waar, hoe en met betrekking tot wie deze cirkel voorkomt. Dit alles moet een persoonlijke belevenis worden voordat je hem werkelijk kunt oplossen. Als je deze cirkel slechts tot je intellectuele kennis laat doordringen, helpt dat je niet. Ik herhaal : als je de verschillende momenten van deze kettingreactie niet op je emoties kunt toepassen, is dit alleen maar een stukje theorie die je geabsorbeerd hebt, net zoals veel andere kennis, die totaal gescheiden van je emoties bestaat. Daarom moet je in je persoonlijke werk deze cirkel vinden en pas dan kun je hem verbreken door je te realiseren waar de verkeerde veronderstelling ligt. Je moet je realiseren dat je als kind terecht bepaalde gevoelens, houdingen, behoeften en onmogelijkheden had, die nu verouderd zijn. Je moet ook leren tolerant om te gaan met je negatieve emoties. Je moet ze begrijpen. Je moet ontdekken waar je in je emotionele neigingen, eisen en verlangens afwijkt van je bewuste kennis. Misschien weet je dat wel heel goed en preek je zelfs dat mensen liefde moeten geven en zich niet steeds moeten bezighouden met ontvangen. Maar emotioneel wijken jullie allen nog steeds van deze intellectuele kennis af. Je moet je volledig bewust worden van deze discrepantie voordat je mag verwachten dat je deze cirkel kunt verbreken.

Pas als je je dit alles gerealiseerd hebt en volledig in je hebt opgenomen, als je nagedacht hebt over de irrationaliteit van bepaalde tot nu toe verborgen emoties, zal dit laatste gaan veranderen. Langzaam, geleidelijk en niet door te verwachten dat ze meteen al oplossen op het moment dat je hun onredelijkheid begrepen hebt, maar door ze ruimte te geven en je te realiseren dat ze gewoonte gebonden zijn. Als je je steeds weer opnieuw de verkeerde trekken ervan realiseert, lang nadat je in eerste instantie de kinderachtigheid ervan begrepen hebt, dan en alleen dan komen deze emoties langzaam tot rijping. Tot dat moment heb je je niet gerealiseerd wat je emoties vaak opeisten : dat je meer wilt ontvangen dan je bereid bent te geven en dat je wilt dat er exclusief van je gehouden wordt. En je leeft nog steeds – onbewust – met de verkeerde conclusie dat als een geliefd iemand ook van iemand anders houdt, dat die dan noodzakelijkerwijs zoveel minder van jou houdt. Dit alles is onrijp en gebaseerd op verkeerde conclusies. Alleen door deze emotionele reacties in het bewustzijn te brengen kun je je dat realiseren. Dan word je je punt voor punt van deze vicieuze cirkel bewust.

Wanneer deze emoties eenmaal aan de oppervlakte gekomen zijn, ben je in staat er over door te denken, hoe, waarom en waarin ze verkeerd zijn. En als al de emoties eenmaal aan de oppervlakte zijn, je met hun onwetendheid, egoïsme en onrijpheid geconfronteerd wordt zonder je erover te schamen, en dan je bewustzijn op deze emoties toe te passen door jezelf iedere keer opnieuw erop te betrappen wanneer je in oude, emotionele gewoonten terugvalt, ga je geleidelijk aan steeds meer verkeerde conclusies zien. Iedere bewustwording van dien aard helpt je verder deze vicieuze cirkel te verbreken zoals deze in je persoonlijke geval werkt. Zo word je vrij en onafhankelijk.

De menselijke ziel bevat heel diep in zichzelf alle wijsheid en alle waarheid. Maar verkeerde conclusies bedekken dat. Door ze bewust te maken en ze dan punt voor punt na te gaan moet je uiteindelijk het doel bereiken dat je je innerlijke stem van wijsheid hoort. Een stem die je leidt vanuit je goddelijke geweten, je persoonlijk plan volgend. Als de goddelijke wetten (de algemene zowel als jouw persoonlijke) geweld wordt aangedaan in je innerlijke en uiterlijke reacies, leidt je goddelijke geweten je onverbiddelijk zo dat de orde en het evenwicht in je leven hersteld worden. Er zullen situaties voorkomen die een bestraffing lijken te zijn terwijl ze alleen maar een remedie zijn om je op het juiste spoor te zetten. Waar en wanneer je ook maar afwijkt, de balans moet steeds weer hersteld worden, zodat je door je moeilijkheden heen uiteindelijk op het punt komt waar je innerlijke richting verandert. Je zult veranderen, niet noodzakelijkerwijs in je uiterlijke en bewuste daden, maar in je onbewuste kinderlijke eisen en doelen.

Vrienden, ga deze vicieuze cirkel na, realiseer je hoe die op je persoonlijke leven van toepassing is.

(Lezing 50)

Deze vicieuze cirkel wordt in andere bewoordingen ook in andere lezingen genoemd, bijvoorbeeld :

Ongeacht je persoonlijke omstandigheden werd je als kind geïndoctrineerd met vermaningen om toch vooral goed, heilig en volmaakt te zijn. Als je dat niet was, werd je vaak op de een of andere manier gestraft. Misschien was de ergste straf dat je ouders je hun genegenheid onthielden, dat ze boos waren en je de indruk kreeg dat ze niet meer van je hielden. Geen wonder dat ‘stout zijn’ met bestraffing en ongelukkig-zijn geassocieerd werd en ‘braaf zijn’ met beloning en geluk. Daarom werd het absoluut noodzakelijk voor je ‘volmaakt’ en ‘goed’ te zijn. Het werd letterlijk een zaak van leven of dood voor je. Daarentegen wist je heel goed dat je niet zo goed en volmaakt was als de wereld van je scheen te verwachten. Deze waarheid moest je als een schuldig geheim verbergen en je begon een vals zelf op te bouwen. Dat was, dacht je, je bescherming en een manier om te bereiken wat je wanhopig verlangde : leven, geluk, veiligheid, zelfvertrouwen. Langzamerhand ben je je steeds minder bewust geworden van deze valse buitenkant, maar je voelt je voortdurend schuldig omdat je iets pretendeert dat je niet bent. Je spant je steeds harder in om dit valse zelf, dit geïdealiseerde zelf, te worden. Onbewust ben je er nog steeds van overtuigd dat als je je maar hard genoeg inspant, je het op een dag zult worden. Maar dit proces, waarin je jezelf kunstmatig perst in iets dat je niet bent, kan nooit echte zelfverbetering, zuivering en groei tot gevolg hebben, omdat je aan een onecht zelf bouwt en je werkelijke Zelf buitenspel zet. Eigenlijk doe je wanhopige pogingen je echte Zelf te verbergen.

(Lezing 83)


 

Het geïdealiseerde zelfbeeld

In het bovenstaande fragment uit lezing 83 wordt de term ‘het geïdealiseerde zelf’ geïntroduceerd. Dit geïdealiseerde zelf wordt ook wel vertaald met ‘het ideaalbeeld van jezelf’. Hierover zegt de Gids :

Ik heb vroeger soms de term ‘masker’ gebruikt. Het masker en het ideaalbeeld (het geïdealiseerde zelf) zijn eigenlijk hetzelfde. Het ideaalbeeld maskeert het ware Zelf. Het pretendeert iets te zijn wat je niet bent.

Het ideaalbeeld van jezelf kan vele vormen en facetten hebben. Het dicteert niet altijd algemeen erkende normen voor volmaaktheid. Het ideaalbeeld schrijft inderdaad meestal hoge morele normen voor en maakt het daardoor des te moeilijker de geldigheid ervan in twijfel te trekken. ‘Is het dan niet goed om altijd fatsoenlijk, liefdevol en begrijpend te zijn, nooit kwaad te worden, geen fouten te maken, proberen volmaakt te worden ? Dat is toch de bedoeling?’ Dergelijke overwegingen maken het moeilijk om de dwangmatige houding te ondekken die de huidige onvolmaaktheid buiten wil sluiten, de trots, het gebrek aan nederigheid, waarin je jezelf niet kunt accepteren zoals je nu bent, en bovenal het ‘doen alsof’, met de daaruit voortvloeiende schaamte, angst om door de mand te vallen, geheimhouding, spanning, schuld en angst.

Het vereist enige vooruitgang in dit werk voordat je het verschil begint te ervaren tussen echt verlangen om geleidelijk naar groei toe te werken en de onechte bevelen die je door het ideaalbeeld opgelegd worden.

(Lezing 83)

IJdelheid_Smurf

In lezing 58 geeft de gids aan dat het geïdealiseerde zelfbeeld vaak grotendeels onbewust is :

Leer het ideaalbeeld van jezelf analyseren, leer zien wat je onbewust wilt dat het is en wat het denkt te moeten bereiken en met welk doel. Door je dagdromen en verlangens uit het heden te analyseren, ontdek je altijd dezelfde gemeenschappelijke noemer : het verlangen naar volmaaktheid om daardoor geluk te verwerven en te heersen over de jou omringende wereld. Zo voor de vuist weg zul je ongetwijfeld zeggen : ‘Nee, ik heb niet het minste verlangen om over anderen te heersen, dat is niet waar.’ Maar waar komen je vele emoties op neer ? Wil je niet volmaakt zijn om daardoor de mensen precies te laten doen wat jij wilt ? Wil je niet door iedereen, zonder uitzondering, bemind en goedgekeurd worden ? Wil je niet volmaakt zijn, en daardoor beter, belangrijker en bewonderenswaardiger dan andere mensen ? Als je vanuit dit nieuwe gezichtspunt eerlijk tegenover jezelf bent met betrekking tot je emoties, zul je moeten toegeven dat je antwoord ‘ja’ is, hoewel je je verlangen naar alleenheerschappij beslist nooit in deze bewoordingen hebt uitgesproken. Het heersersprincipe ligt in elke ziel besloten en moet onder ogen worden gezien, voordat je echt je ketenen kunt gaan afwerpen. Als je dit principe niet herkent, kun je je verlangen naar ongelukkig zijn en het uitlokken daarvan ook niet herkennen en het is heel belangrijk dat je al die dingen ziet voor wat ze in werkelijkheid zijn.

Als je jezelf echt kunt accepteren (met je diepste emoties, niet alleen in theorie en met je verstand) als een van de vele mensen op aarde, net zo onvolmaakt als ieder ander, door sommigen geliefd en geaccepteerd en door anderen niet, dan ben je een echte rijpe persoonlijkheid geworden en vind je het niet langer nodig jezelf schade te berokkenen door ellende op te roepen. Maar hoe weinig mensen zijn daartoe in staat. Je lijdt altijd hevig wanneer je geen goedkeuring krijgt. Het houdt je misschien zelfs uit je slaap, je gemoedsrust. Je vind afgekeurd worden zo ondraaglijk dat je zelfs de geringste fout niet kunt toegeven, je blijft ertegen vechten. Waarom ? Omdat het het ideaalbeeld van jezelf kapot maakt. Je leven lijkt op het spel te staan, want al het geluk lijkt onbereikbaar voor je te worden als je het ideaalbeeld van jezelf niet in stand kunt houden. Het kleine kind in jou reageert zo; je verstand probeert de luide protesten van het kind in je op een rationeel aanvaardbare manier te verwerken. Maar dat brengt je geen vrede. Je krijgt pas vrede wanneer je deze kinderlijke opvatting van geluk, alleenheerschappij en volmaaktheid onder ogen leert zien en leert loslaten.

{Lezing 58)


 

De dwingende onderstroom

Het huilende en boze kind in je

Het kind is voor alles van de ouders afhankelijk : voor onderdak, voedsel, genegenheid, bescherming en – niet op de laatste plaats – ook voor het zo noodzakelijke genot. Want een mens kan niet zonder genot. Het is een van de pijnlijkste vergissingen deze waarheid te ontkennen. Lichaam, ziel, verstand en geest kwijnen zonder genot weg. Als volwassene ben je in staat op eigen kracht en met eigen middelen voorwaarden te scheppen voor de voorziening van onderdak, voedsel, genegenheid en veilgheid, en ben je eveneens in staat hetzelfde te doen wat betreft genot. Op al deze gebieden moet er contact, samenwerking en communicatie met anderen zijn. Je kunt voor jezelf in geen enkele van deze behoeften voorzien zonder wisselwerking met andere mensen. Maar deze wisselwerking verschilt volkomen van de passieve, zwakke afhankelijkheid van het kleine kind.

Het kind … is op een starre manier eenzijdig gericht op ontvangen. Dat geldt ook voor genot. Het kind heeft als het ware de toestemming van de ouders nodig om te genieten. … De volwassene moet zelf diep in zich de bron van genot aanboren – hij heeft daarvoor geen toestemming van anderen nodig. … Wanneer je in dit opzicht in de knoop zit en in je ontwikkeling wordt tegengehouden, wacht je tot een ander (een ouderfiguur) het voor jou mogelijk maakt deze diepe bron van je eigen rijke gevoelens aan te boren. Je weet dat die gevoelens bestaan en je snakt ernaar. Maar je weet niet dat je geen kind meer bent dat afhankelijk is van anderen om ze te mogen voelen om ze te kunnen activeren en uit te drukken. … Je bewuste verstand negeert het feit dat er in jou een huilend, eisend, boos en hulpeloos kind bestaat. Bewust geloof je dat je helemaal volwassen bent. Maar op het onbewuste niveau waarop dit kind bestaat, besef je niet dat je volwassen geworden bent en niet langer de toestemming van je ouders (of van een ouderfiguur) nodig hebt om te mogen putten uit de bron van leven en genot, voor je eigen vervulling, voor de verwezenlijking van je eigen krachten om te krijgen wat je wilt en nodig hebt. Dit is een van de meest fundamentele splitsingen in je persoonlijkheid.

(Lezing 157)

Druk op anderen uitoefenen

Zolang je niet weet … dat je in staat bent om te bewerkstelligen dat wat je ook maar nodig hebt in je eigen leven ook werkelijk tot je komt, dan maak je je voor al je verlangens en behoeften afhankelijk van een kracht buiten je, van een andere autoriteit. Door deze verdraaiing van de werkelijkheid wacht je op vervulling vanuit de verkeerde bron. Dit houdt de behoefte voortdurend onvervuld. Hoe onvervulder je bent, des te dringender wordt de behoefte. Hoe dringender de behoefte, des te groter je afhankelijkheid, je hoop, en je pogingen om het iedereen die zogenaamd die behoefte moet vervullen naar de zin te maken. Je wordt wanhopig. Wanhopig omdat hoe meer je je best doet, hoe minder de behoefte vervuld wordt, en met die onrealistische pogingen kan dat niet anders. Bewust weet je hier niets van, je weet niet welke krachten je voortdrijven, en ook niet in welke richting. En je bent wanhopig omdat je in je drang om de behoefte vervuld te krijgen het beste van jezelf en je waarheid verraadt. Zowel dit gefrustreerde streven als het verraad aan jezelf scheppen een dwingende onderstroom.

Deze dwingende onderstroom kan op een heel subtiele manier tot uiting komen. Ook al gebeurt dat misschien helemaal niet openlijk, zitten de emoties er toch allemaal in samengebald, en heeft dat onvermijdelijk invloed op anderen, met gevolgen die wetmatig zijn en bij de situatie passen. Elke dwingende onderstroom moet bij anderen wel weerstand wekken en hen doen terugschrikken, zelfs al zou dat waartoe ze gedwongen worden voor hun eigen bestwil en genoegen zijn. Zo blijft de vicieuze cirkel doorgaan. De voordurende frustratie, waarvan je gelooft dat die veroorzaakt wordt door de gemene weigering van de ander om mee te werken en te geven, veroorzaakt woede en misschien zelfs wraaklust en wrede impulsen in je ziel. Dit verzwakt op zijn beurt je persoonlijkheid nog meer, want er ontstaat schuld. De destructieve gevoelens moeten verborgen worden, opdat de ‘levensbron’ zich niet tegen je zal keren. Het net van verwikkelingen wordt steeds strakker, je raakt volledig verstrikt in deze val van je eigen misvattingen, verdraaiingen en illusies. Je komt terecht in de ongerijmde situatie waarin je smacht naar de liefde en aanvaarding van iemand die je haat omdat die jou zo lang onvervuld heeft gelaten. Deze eenzijdigheid, dit aandringen op de liefde van iemand tegenover wie je een diepe wrok koestert en die je wilt straffen, vergroot de schuld, want met een altijd aanwezige waakzaamheid flitst je ware Zelf zijn reacties naar je verstand – maar dat is niet in staat de boodschappen van je ware Zelf te interpreteren en te onderscheiden van die welke van het kind in je komen. Het feit dat je behoefte door de ander niet wordt vervuld, verzwakt ook je overtuiging dat je recht hebt op het genot waarnaar je zo verlangt. Je hebt een vage vrees dat dat verlangen misschien verkeerd is. Zo begin je de oorspronkelijke, natuurlijke behoefte opzij te dringen, je leidt hem in andere banen waar hij wordt ‘gesublimeerd’. Andere, min of meer dwangmatige, behoeften gaan ontstaan. Al die tijd wordt je heen en weer geslingerd tussen de kracht van de diep verborgen , oorspronkelijke behoefte en de twijfel of je er wel recht op hebt. Hoe groter je twijfel, des te groter je afhankelijkheid van bevestiging door een autoriteitsdrager – een ouderfiguur, de openbare mening, bepaalde groepen mensen die de laatste waarheid vertegenwoordigen. Hoe langer deze vicieuze cirkel duurt, des te minder is genot en des te meer ongenoegen in je psyche aanwezig en des te meer moet je wanhopen over het leven en twijfelen of vervulling mogelijk is. Er komt een punt waarop je het van binnen opgeeft.

Iedereen heeft wel op een bepaalde manier en in bepaalde mate zo’n zwakke plek in zich. In dit geheime hoekje voel je je niet alleen hulpeloos en afhankelijk, maar ook diep beschaamd over de middelen die je gebruikt om goede maatjes te worden met degene die op een bepaald moment de rol van autoriteit moet vervullen om jou te geven wat je aan genot, veiligheid en zelfrespect nodig hebt. De dwingende onderstroom zegt “Je moet”. Deze onderstroom eist van anderen dat ze zijn, voelen en doen wat jij nodig hebt en verlangt. Van buiten is dat misschien helemaal niet te zien – aan de oppervlakte kan het er in feite zelfs geheel tegenovergesteld uitzien. Je onvermogen of moeite om op een gezonde manier voor jezelf op te komen is een direct gevolg van het verbergen van de beschamende en bedreigende dwingende onderstroom. Die is bedreigend omdat je heel goed weet dat je, als die duidelijk te zien is, daarmee veel afkeuring en mogelijk zelfs openlijke afwijzing oproept.

Ik nodig jullie allemaal uit, vrienden, dit gebied in je krachtig tegemoet te treden.

(Lezing 157)


 

Het fysieke, mentale, emotionele en spirituele niveau

Het fysieke niveau verwijst naar het lichamelijke welzijn.

In lezing 101 behandeld de Gids het begrip verdediging gezien vanuit verschillende niveaus. Over het fysieke niveau zegt hij :

Natuurlijk zijn er werkelijke gevaren en is de mens ertoe uitgerust ze het hoofd te bieden. Als je echt wordt aangevallen, staken al je vermogens hun normaal functioneren en concentreren zich op dat ene gevaar. Daartoe ondergaat je hele gestel een verandering met als enig doel de noodsituatie het hoofd te bieden. Zo scheiden je klieren op zo’n moment een bepaalde stof af die door je hele zenuwstelsel schiet, je bloeddruk verhoogt, en je hartslag versnelt.

Het mentale niveau verwijst naar het denken.

In verband met gevaar zegt de Gids hierover :

Wanneer je in reëel gevaar verkeert, concentreren al je mentale vermogens zich …. automatisch op dat wat zich voordoet. Daarom kun je je op niets anders meer concentreren. Je bent niet meer in staat ware of wijze gedachten te koesteren, je denkt aan niets anders meer dan aan het gevaar van dat moment en hoe je jezelf daartegen kunt beschermen. Alle andere overwegingen die anders van belang zijn voor een harmonieus en zinvol leven worden buitengesloten. Als dit in afzonderlijke momenten van echt gevaar gebeurt, is het goed en zinvol. Wanneer het reële, feitelijke gevaar is geweken, keer je weer terug tot de normale gang van zaken.

(Lezing 101)

Het emotionele niveau verwijst naar gevoelens, zoals pijn, angst en woede, maar ook plezier en genot.

In verband met angst zegt de Gids :

Oog in oog met echt gevaar heb je nauwelijks tijd of ruimte voor andere gevoelens dan angst of boosheid. In de zeldzame gevallen van echt gevaar is dit goed, omdat deze twee emoties je de noodzakelijke aanzet en kracht geven om je te verdedigen.

(Lezing 101)

Het spirituele niveau van de persoonlijkheid heeft te maken met uitreiken naar de ander, met communicatie, met eenheid en creativiteit.

Sprekend over gevaar, zegt de Gids :

In het zicht van echt gevaar is het op dat moment wederom belangrijk en noodzakelijk dat je gevoelens zich beperken tot dat wat zich voordoet. Zoals ik al zei, je gevoelens blijven beperkt tot angst en boosheid om jezelf doelmatig te beschermen. Dit laat geen ruimte voor warme gevoelens van liefde, genegenheid, begrip, medeleven. Met andere woorden, in momenten van gevaar trek je jezelf terug en verzamel je krachten voor een tegenaanval of vlucht. Je reikt niet meer uit naar de wereld, je probeert niet langer de kloof tussen jou en de anderen te overbruggen, Je houdt je niet bezig met het opheffen van de scheiding tussen jou en de anderen, met communicatie en eenheid. Maar wanneer het gevaar voorbij is, keer je terug tot de toestand waarin je al deze warme, goede, naar buiten gerichte en uitreikende gevoelens voelt. Hetzelfde geldt voor je creativiteit, welke ook een kant is van je spirituele wezen. Hoe creatief iemand normaal ook mag zijn, in momenten van acuut gevaar wordt de creativiteit tijdelijk stopgezet en keert pas terug wanneer het gevaar geweken is.

(Lezing 101)


 

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Je kunt niet vrij zijn en geen verantwoordelijkheid hebben.

Zelfs in de dierenwereld zie je diezelfde wet in werking. Een huisdier heeft geen vrijheid en is ook niet verantwoordelijk voor het verkrijgen van zijn eigen voedsel en onderdak. Een wild dier is vrij, maar heeft de verantwoordelijkheid om voor zichzelf te zorgen.

(Lezing 60)

In de mate dat je je verantwoordelijkheid afschuift, beknot je je eigen vrijheid. Je maakt jezelf tot slaaf.

(Lezing 60)


 

Religies

Door de religies zijn veel spirituele wetten en waarden algemeen bekend, maar weinig daarvan wordt werkelijk ten diepste begrepen en ervaren, laat staan ten diepste geleefd. Nog al te vaak verwart en verdraait de mensheid deze wetten en veronachtzaamt ze vervolgens totaal omdat ze door verdraaiing zinloos lijken, óf gehoorzaamt ze schijnheilig op een oppervlakkig niveau dat de mens innerlijk niet raakt. Hoe meer de mensheid groeit, hoe groter de impuls van het Christus-licht kan zijn; en zoveel te meer zal het mogelijk zijn om echte spirituele waarden deel uit te laten maken van het menselijk bewustzijn.

(Lezing 257)


 

Waarachtigheid tegenover jezelf

Ga niet op dit pad als je ervan verwacht dat je je pijn en je verdriet kunt vergeten en die kanten van je persoonlijkheid verdoezelen waar je niet tevreden over bent of een hekel aan hebt. Die afkeer hoeft niet ‘neurotisch’ te zijn. Misschien heb je wel gelijk als je er een hekel aan hebt. Maar je hebt geen gelijk wanneer je gelooft dat je daardoor een hopeloos geval bent. Het pad leert je om alles in je onder ogen te zien, want alleen dan kun je echt van jezelf houden. En dan alleen kun je je essentie vinden.

Het pad eist dát wat de meeste mensen het minst bereid zijn te geven : waarachtigheid tegenover jezelf; laten zien wat er nu is; verwijdering van je maskers en pretenties; je naakte kwetsbaarheid ervaren. Het is een grote opgave, en toch is het de enige echte weg die naar werkelijke vrede en heelheid leidt. En wanneer je hebt opgegeven om te investeren in pretentie en verhulling is het niet langer een grote opgave, maar een organisch en natuurlijk proces.

De tegenzin om eerlijk met jezelf te zijn geldt ook voor de ‘eerlijkste’ mensen. Iemand kan bekend staan om zijn waarachtigheid en integriteit op één niveau. Toch zijn er diepere lagen waar dat helemaal niet zo is. Dit pad leidt naar deze tot nu toe verborgen lagen, die veel subtieler en moeilijker grijpbaar zijn, maar zeker aanwijsbaar.

Hoe kun je peilen of deze onwaarachtigheid bestaat ? Heel eenvoudig. Er is een onfeilbare sleutel die je, als je hem wilt gebruiken, foutloze antwoorden zal geven. De sleutel is :

Hoe voel je je over jezelf en je leven ? Hoe zinvol, vervuld en rijk is je leven ? Voel je je veilig bij anderen ? Voel je je thuis bij jezelf, je intiemste zelf, in aanwezigheid van anderen of tenminste van een paar mensen die eenzelfde doel hebben als jij ? Hoeveel vreugde kun je voelen, geven en ontvangen ? Word je gekweld door wrok, angst en spanningen ? Door eenzaamheid en een gevoel van isolement ? Moet je het altijd druk hebben om je angst minder te voelen ? Het feit dat je je niet bewust bent van je angst, bewijst beslist niet dat je niet bang bent. Veel mensen beginnen op het pad zonder zich bewust te zijn van hun angst, maar ze voelen zich dood, verdoofd, lusteloos en verlamd. Dit kan een teken zijn dat de angst schijnbaar ‘overwonnen’ was door een verdovingsproces. Je kunt de stap niet overslaan om eerst je angst te voelen en dan wat de angst op haar beurt verbergt. Alleen dan kun je werkelijk weer tot leven komen.

(Lezing 204)


 

Padwerk samen met anderen

Voor jullie die hier aanwezig zijn, zou het, ook al kom je alleen, geen probleem moeten vormen om geregeld een ontmoeting te organiseren met iemand anders hier en samen de punten die je op dit pad tegenkomt te bespreken. Het is in meerdere opzichten van belang dat je dit werk niet in je eentje doet. Wanneer je je hart voor een ander opent, geeft dat je nieuwe geestelijke kracht en een steun die je anders niet had ontvangen. Hoe hard je ook werkt, met hoeveel begrip je ook leest of studeert, hoe eerlijk je ook bent tegen jezelf, als je dat allemaal alleen doet, kom je toch in een zeker vacuüm terecht. Als je je problemen en dit werk met iemand deelt, ga je alles heel anders bekijken en raak je vervuld van een volkomen ander begrip. Dit is de wet van broederschap. Door steeds alleen bezig te blijven, schend je die wet ongemerkt. Er is een zekere mate van nederigheid voor nodig om een ander in je ziel te laten kijken. In het begin lijkt dit heel moeilijk, maar na een tijdje wordt het een tweede natuur. Al gauw zul je in staat zijn met een ander samen te werken, openlijk over je moeilijkheden, je zwakke kanten, je problemen te praten en ook om kritiek te ontvangen. Het kunnen ontvangen van kritiek werkt verzachtend op de ziel. Ieder van jullie die geprobeerd heeft open te zijn, zal bevestigen dat je een probleem dat je lang voor jezelf hebt gehouden, alleen door erover te spreken weer in de werkelijkheid terugbrengt; het verliest ineens wat van zijn opgeblazen proporties en wordt minder angstaanjagend. Door te zijn zoals je werkelijk bent, geef je iets aan jezelf en tegelijkertijd geef je liefde aan de ander : je helpt hem meer door hem je eigen menselijke zwakheden te laten zien dan wanneer je probeert superieur te lijken. Je partner in dit werk doet voor jou hetzelfde. Probeer dit dus te regelen, als je dat al niet gedaan hebt. Na een tijdje zul je zien hoeveel je eraan hebt en hoe vruchtbaar het is. Het geeft je voedsel om over na te denken ; je helpt elkaar en het leert je wat broederschap is, wat nederigheid is en wederzijds, oordeelloos begrip.

Als het erom gaat je te helpen je fouten te vinden, is degene die je als spirituele mede-werker hebt gekozen misschien niet altijd de meest geschikte persoon ; lang niet alle mensen die hier komen kennen elkaar daarvoor goed genoeg. Je eigen oude vrienden en familie kennen je wel goed en kunnen je meer over jezelf vertellen dan je nieuwe vrienden hier. Ik raad je aan hiervoor de hulp in te roepen van mensen die je al heel lang kennen, zelfs al delen ze je belangstelling voor dit werk niet en al hebben ze misschien een ander geloof of overtuiging. Ze zullen respect hebben voor je oprechte streven je te verbeteren en je fouten te leren kennen. Als je het op de juiste manier vraagt, en uitlegt dat je hun mening erg op prijs stelt, dat je jezelf wilt leren kennen om je te kunnen verbeteren en dat je niet kwaad of beledigd zult zijn als ze iets zeggen dat jou onterecht lijkt, dan zul je in staat zijn naar ze te luisteren en iets te leren van wat ze zeggen.

Wanneer je te horen krijgt wat je fouten zijn, denk er dan eerst rustig over na. Het kan gebeuren dat je, wat je verteld wordt, eerst heel onrechtvaardig vindt en dat je je gekwetst voelt. Als het waar is wat je gezegd wordt, kan dat zelfs nog extra pijnlijk zijn. Maar ook als je er oprecht van overtuigd bent dat iets wat je te horen kreeg onterecht is, probeer toch je te beheersen en erover na te denken ; misschien is het alleen maar in een bepaald opzicht waar. Misschien ziet je vriend alleen de buitenkant en niet wat erachter zit ; wellicht heeft hij niet het juiste inzicht in al die gecompliceerde mechanismen van de ziel ; hij kiest niet de juiste woorden om uit te drukken wat hij nou precies bedoelt of misschien begrijpt hij jouw manier van reageren gewoon niet. Maar dat kleine stukje waarheid dat hij te pakken had, kan een nieuwe deur openen en het beeld dat je van jezelf hebt aanvullen en verhelderen. Misschien is het niet volkomen nieuw voor je, maar het is vaak nodig om dezelfde fout uit een andere hoek en in een ander licht te bekijken, voor je kunt begrijpen op welke verschillende manieren zo�’n onvolkomenheid op je leven inwerkt.

Je leert veel door het voortdurend observeren van je eigen innerlijke reacties bij de confrontaties met je minder prettige eigenschappen.

Wanneer je je eigen reacties herkent en begrijpt, wanneer je weet waar ze vandaan komen en er misschien een beetje de draak mee steekt en jezelf niet zo serieus neemt, ben je weer een hele stap verder. Verwacht niet dat dit van de ene op de andere dag zal lukken. Maar na een tijdje kom je op een punt waar je deze afstand, dit verschil tussen jou en je gekwetste egootje heel duidelijk voelt en waar je in staat bent er een grapje over te maken en je er niet in te verliezen. Wanneer je dit onderscheid kunt voelen, opent dat een deur naar meer en vollediger begrip van jezelf.

(Lezing 26)

Ik wil hierbij opmerken dat het nooit de bedoeling is om ook maar iets te forceren, d.w.z. iets krampachtig te doen terwijl je zelf toch voelt dat je er nog niet aan toe bent, en er nog niet mee om weet te gaan.

De Padwerk-organisatie organiseert verschillende activiteiten. Je kunt onder meer deelnemen aan groepen die de lezingen bestuderen. Ook bestaat de mogelijkheid om op individuele basis geregeld je pad-ervaringen te bespreken met iemand die een aantal jaren intensief de scholingsweg van het pad is gegaan.

(Ik zou) graag iets willen zeggen tot vrienden die de weg hierheen nooit gevonden hebben en die nooit enig persoonlijk contact met mensen van deze groep hebben gehad, maar die deze lezingen met belangstelling lezen. We zijn er op attent gemaakt dat sommige van deze mensen zelf proberen de diepte van hun ziel te bereiken, alleen of samen met anderen. Hun goede bedoeling wordt op prijs gesteld. Maar ik zou hen willen vertellen dat het niet echt mogelijk is alleen of zelfs samen met iemand anders die ook geen persoonlijke ervaring gehad heeft met deze bepaalde methode, te slagen. De methode zelf kan namelijk niet door de lezingen overgedragen worden. De lezingen dienen als algemeen materiaal, ze kunnen niet de methode zelf geven. Het kan geen kwaad alleen te werken maar echt ver kom je niet. Daarom wil ik hen voorstellen niet te aarzelen in contact te treden met die leden van deze groep die gekwalificeerd zijn om te helpen. Als je werkelijk geïnteresseerd bent om deze methode voor anderen of je zelf toe te passen, is dit noodzakelijk.

(Lezing 204)